Datum: 2010-01-06, Categorie: Beloningen
Naar aanleiding van berichtgeving in Assurantie Magazine van 24 december jl. is de indruk ontstaan dat De Nederlandsche Bank (DNB) “om” zou zijn ten aanzien van haar visie op abonnementen. D & O adviseert voorshands terughoudend te zijn met deze interpretatie enkel op basis van de citaten die in het artikel zijn opgenomen. In deze nieuwsbrief geven wij een toelichting op enkele voorwaarden die van belang zijn voor de DNB om een abonnement te accepteren als zijnde geen verzekering.
Standpunt DNB & AFM
In de afgelopen maanden hebben DNB en AFM bij abonnementen die door assurantiekantoren voor hun klanten worden geïntroduceerd het volgende standpunt ingenomen:
Indien een financieel dienstverlener bijvoorbeeld voor de dienstverlening van haar particuliere relaties een abonnement aanbiedt waarbij de klant de kosten van het abonnement betaalt via een periodieke, bijvoorbeeld, maandelijkse bijdrage dan is een dergelijk abonnement te beschouwen als een verzekering wanneer dit abonnement in relevante mate de klant recht geeft op dienstverlening waarvan het onzeker is of binnen de contractsperiode de klant hieraan ook daadwerkelijk behoefte heeft en dus door het kantoor geleverd moet worden. Omdat een assurantiekantoor geen vergunning heeft om als aanbieder van verzekeringen op te treden is een dergelijk abonnement verboden.
Aangenomen moet worden dat een gelijk standpunt zal worden ingenomen indien een organisatie een eenmalig bedrag vraagt voor werkzaamheden die in de toekomst wellicht worden uitgevoerd maar waarvan het onzeker is of deze geleverd zullen worden omdat niet zeker is of de klant daaraan behoefte heeft.
Werkzaamheden in rekening brengen (via een uurvergoeding of verrichtingentarief) die reeds zijn verricht of waarvan zeker is dat deze verricht gaan worden, vallen buiten dit beleidsstandpunt.
Uitleg standpunt DNB & AFM
Een abonnement kan recht geven op dienstverlening voor zaken waarvan onzeker is of deze zullen plaatsvinden. Bijvoorbeeld ondersteuning van de adviseur wanneer er sprake is van brand. Of voor ondersteuning voor de werkzaamheden die nodig zijn bij een echtscheiding en de daaropvolgende pensioenverevening. Niet elke klant zal elk jaar van deze diensten gebruikmaken. Het assurantiekantoor dient dus een berekening te maken van de frequentie waarin de klant voor deze werkzaamheden een beroep op hem zal doen. Daarbij zal het kantoor in de jaren dat de klant aan deze werkzaamheden geen behoefte heeft, een bepaald deel van het abonnementsgeld moeten reserveren om de kosten te kunnen financieren in het jaar dat de klant wél behoefte heeft aan deze dienstverlening. Feitelijk moet het assurantiekantoor dezelfde actuariële werkzaamheden verrichten als een verzekeraar. Het standpunt van DNB en AFM zal wellicht met name ingegeven zijn door de angst dat een ondernemer die abonnementen aanbiedt, op het moment dat de reserveringen aanzienlijk zijn, met de noorderzon vertrekt en dus klanten in de toekomst niet die dienstverlening krijgen waarvoor zij in het verleden wel betaald hebben.
Consequentie standpunt DNB & AFM
De consequentie van het standpunt van DNB & AFM is dat een assurantiekantoor geen abonnement kan aanbieden dat recht geeft op de dienstverlening die voor een assurantiekantoor gebruikelijk is waarbij uitsluitend een vaste periodieke vergoeding aan de klant wordt gevraagd.
Kortom: Het is niet mogelijk een abonnement te hanteren waarbij de klant tegen een vaste periodieke vergoeding recht krijgt op de gebruikelijke dienstverlening van een assurantiekantoor waarbij de verzekeringspremies zonder provisie aan de klant worden geleverd.
Citaat DNB
In het AssurantieMagazine van 24 december wordt een functionaris van de DNB als volgt geciteerd: “Op basis van de voorbeelden die wij tot nu toe hebben gezien, zien wij de service abonnementen niet als een verzekering”. Dit citaat heeft bij een aantal bedrijfsgenoten geleid tot de indruk dat DNB “om” zou zijn. Naar het oordeel van D & O biedt uitsluitend dit citaat hiervoor onvoldoende grond.
Model abonnement D & O is voorgelegd
D & O heeft een model abonnement ontwikkeld. Dit abonnement is onder meer aan DNB voorgelegd. Het is D & O bekend dat DNB ook de abonnementsvoorwaarden van een individueel kantoor heeft bestudeerd. Deze abonnementsvoorwaarden vormen echter een variant op het modelabonnement van D & O. Ten aanzien van beide abonnementen heeft DNB uitgesproken deze niet te zien als een verzekering.
Tot dit oordeel kon DNB ook komen omdat in beide abonnementen gekozen was voor een structuur waarbij de werkzaamheden waarop de klant recht had strikt waren gespecificeerd. Daarbij is gekozen voor een structuur waarin de werkzaamheden, waarvan niet zeker is of de klant hiervan gebruik zal maken, te financieren uit (doorlopende) provisie over de afgesloten verzekeringen. De werkzaamheden die wel zeker worden geleverd worden gefinancierd uit de vaste maandelijkse aanvullende bijdragen.
Beide voorgelegde abonnementen kennen dus een splitsing in onzekere werkzaamheden (provisie) en zekere werkzaamheden (abonnementbijdrage). Beide abonnementen zijn zodanig ontwikkeld dat deze niet door AFM en DNB als verzekering worden gekwalificeerd.
Meer informatie over het D & O model abonnementvoorwaarden is hier te vinden.
Advies: Niet te voorbarig met interpretatie
Naar het oordeel van D & O wordt aan de uitspraak van de DNB ten onrechte de conclusie verbonden als zou AFM/DNB haar beleid ten aanzien van abonnementen hebben gewijzigd. Naar waarneming en interpretatie van D & O is dit niet het geval.
Dit betekent dat het op dit moment niet is toegestaan om als bemiddelaar een abonnement aan te bieden waarbij de adviseur/bemiddelaar afziet van elke vorm van provisie (netto premies) en de voor een assurantieadviseur gebruikelijke werkzaamheden laat financieren uit een vaste periodiek bijdrage die de klant dient te betalen, dan wel via een eenmalige vergoeding voor werkzaamheden die in de toekomst geleverd kunnen worden afhankelijk van de vraag of de klant daaraan wel of geen behoefte heeft.
Als een onderneming twijfelt of zijn product of werkwijze wellicht onder de reikwijdte van (het prudentieel deel van de) Wft valt, is de gebruikelijke weg dat die onderneming zich wendt tot DNB, Expertisecentrum Marktoetreding, Postbus 98, 1000 AB Amsterdam. Daarbij dient een zo concreet mogelijke omschrijving van het product / de werkwijze te worden overgelegd, vergezeld met een eigen analyse waarin onderbouwd wordt waarom de onderneming zelf meent dat de Wft al of niet van toepassing is.
Bureau D & O heeft bij het redigeren van deze tekst de nodige zorgvuldigheid betracht. De tekst wordt gratis aangeboden aan relaties van Bureau D & O als algemene attendering op mogelijk relevante ontwikkelingen voor assurantiekantoren. Bureau D & O is op geen enkele wijze verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in deze tekst.