Datum: 2010-02-09, Categorie: D & O Algemeen
D & O signaleert dat het aantal incentives dat aanbieders aan adviseurs en bemiddelaars verstrekt fors daalt. De angst voor “het waterbedeffect” bij incentives lijkt ongegrond.
Incentives
Binnen de financiële sector was het gebruikelijk dat aanbieders het intermediair waar zij mee samenwerken periodiek incentives verstrekten. De incentives kenden een grote variëteit. Van een eenvoudige fles wijn rond de kerstdagen tot geheel verzorgde vliegreizen naar voetbalinterlands. Vanuit de aanbieder gezien waren deze incentives bedoeld om te stimuleren dat de adviseur de producten van de aanbieder onder de aandacht bleef brengen bij zijn klanten.
Bezinning
Al enige tijd is binnen de sector te zien dat een deel van het intermediair zich bezint op het onderwerp “incentives”. Naar mate de financieel dienstverlener zich zelf meer ziet als belangenbehartiger van de klant en minder als wederverkoper van de aanbieder wordt het ontvangen van grote incentives als minder passend ervaren.
Aantal incentives daalt
Uit een onderzoek dat Bureau D & O onlangs heeft gehouden onder de leden van de D & O Enquêtegroep blijkt dat 77% van de respondenten aangeeft dat het aantal in 2009 ontvangen incentives is gedaald ten opzichte van 2008. Deze daling zal enerzijds beïnvloed zijn door de economische crisis die veel aanbieders in 2009 hard heeft getroffen. Anderzijds speelt hier de steeds breder wordende bewustwording van bepaalde ongewenste incentives zeker ook mee.
Wettelijke maatregelen
Ook de politiek kijkt kritisch naar incentives. Bij de politiek blijft de angst dat adviseurs een bepaalde aanbieder adviseren door het vooruitzicht dat zij een incentive kunnen ontvangen. Een keuze die ze wellicht zonder incentive niet hadden gemaakt. Dit heeft geleid tot nieuwe wetgeving waarbij het aanbieders in het kader van het adviseren of bemiddelen van complexe producten verboden is een andere vergoeding te verstrekken dan een afsluit- of doorlopende provisie. Als deze provisie niet uit geld maar bijvoorbeeld uit een cadeau, reis, opleiding, etc. bestaat dient dit tegen economische tegenwaarde te worden gewaardeerd. Vervolgens dient de ontvangst van deze economische tegenwaarde transparant te worden gemaakt. Ook de toets inzake bovenmatige provisie (artikel 149a BGFO) is in dat geval op deze vergoeding van toepassing.
Aanbieders worden steeds scherper
D & O signaleert dat aanbieders steeds scherper worden in het herkennen dat bepaalde vergoedingen niet langer zijn toegestaan. In 2010 zal dat naar verwachting voor het intermediair steeds zichtbaarder worden doordat er minder gratis PE-opleidingen worden aangeboden, minder vrijkaarten voor grote congressen/evenementen, etc. beschikbaar worden gesteld.
Angst voor “waterbed” lijkt niet actueel
De nieuwe regels rondom incentives gelden voor complexe producten. Bij ondermeer het Verbond van Verzekeraars bestaat de angst dat aanbieders die zowel actief zijn op het gebied van schade als leven, de incentives die niet langer zijn toegestaan voor de afdeling “leven” gaan verstrekken via de afdeling “schade”. Men duidt deze beweging aan met het begrip “waterbedeffect”. Hoewel in de aanloop van deze nieuwe maatregelen hiervan een aantal voorbeelden bekend zijn, lijkt dit zeker geen trend te worden. 87% Van de respondenten van de enquêtegroep geeft aan een dergelijke verschuiving niet waar te nemen. Ook D & O verwacht deze beweging niet. Bij de top van de verzekeraars wordt zeer goed beseft dat wat de samenleving niet langer accepteert bij complexe producten de samenleving ook niet zal accepteren bij schadeverzekeringen. Op dit moment is er naar waarneming van D & O echter niet een zodanige opkomst van incentives bij schadeverzekeringen dat dit uitbreiding van de wettelijke regels zou rechtvaardigen zoals die nu voor complexe producten gelden.
Juist ter voorkoming van nieuwe regelgeving op schadeverzekeringen is het belangrijk dat het intermediair zelf bij de eigen beroepsorganisaties, zoals Adfiz, meldt wanneer men signaleert dat een bepaalde verzekeraar toch op oneigenlijke gronden via het schadebedrijf incentives aanbiedt om daarmee de leven/hypotheekproductie op te schroeven. Waarbij de beroepsorganisaties er vervolgens goed aan doen om krachtig stelling te nemen tegen die concerns die toch een dergelijk gedrag vertonen.
Advies: Ontwikkel als adviseur/bemiddelaar beleid
D & O is van oordeel dat het belangrijk is dat de sector niet verstikt in rigide regelgeving. Binnen zakelijke relaties moet een “aardigheidje” gewoon kunnen. Maar alles binnen grenzen.
D & O adviseert financieel dienstverleners een beleid te ontwikkelen waarbij men voor alle medewerkers van het kantoor aangeeft hoe het kantoor omgaat met het onderwerp “incentives”. Waarbij, zoals altijd, van de leidinggevende een voorbeeldfunctie gevraagd wordt. In het gratis door D & O beschikbaar gesteld dienstverleningsdocument is een voorbeeld van een dergelijk beleid opgenomen. Dit document is nog steeds gratis te downloaden via deze link.
Tekst gemaakt naar inzicht van 4 februari 2010.