Nr. 142: Samenvatting belangrijke fiscale aanpassingen
Datum: 2010-02-01, Categorie: D & O Algemeen
Afgelopen donderdag 28 januari vond bij Bureau D & O onder leiding van Kapé Breukelaar de eerste informatiebijeenkomst Fiscale Update 2010 plaats. Uit deze bijeenkomst vatten wij een aantal onderdelen samen. Op 3 februari vindt een nieuwe bijeenkomst plaats. Hiervoor zijn nog enkele plaatsen beschikbaar.
Algemene wijzigingen in de loon- en inkomstenbelasting
- De ogenschijnlijk marginale verhoging in de eerste en tweede schijf van (box 1 van) de inkomstenbelasting blijkt deels te worden gefinancierd uit een verlaging van zowel de Algemene heffingskorting als de Arbeidskorting;
- Mensen die in een jaar 62 worden en werken, ontvangen de zgn. doorwerkbonus die als heffingskorting via de aanslag inkomstenbelasting wordt toegekend. Echter, vanaf 1 januari 2010 wordt voor mensen van 61 jaar en ouder het loon uit de levensloopregeling aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. Hierdoor bestaat er geen recht op de doorwerkbonus;
- Uitgaven voor kosten van levensonderhoud voor kinderen jonger dan 30 jaar zijn aftrekbaar als voor het kind geen recht bestaat op kinderbijslag ingevolge de AKW en het kind geen recht heeft op studiefinanciering. De Belastingdienst heeft aangekondigd bij de IB-aangifte over 2009 extra aandacht te besteden aan de opvoer van deze uitgaven;
- Vanaf 1 januari 2010 geldt er een uniform loonbegrip voor zowel de loonheffingen als de werknemersverzekeringen, met het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen als uitgangspunt. Echter, op het uniform loonbegrip geldt een groot aantal uitzonderingen;
- De vrijstellingsbedragen van box 3 worden in 2010 niet geïndexeerd. Vanaf 2010 kunnen partners slechts de gezamenlijke grondslag voor sparen en beleggen naar keuze onderling verdelen. Voorheen bestond deze keuzemogelijkheid per vermogensbestanddeel.
Wijzigingen in de Eigen woning regeling
- Per 1 januari 2009 was het maximum voor het Eigenwoningforfait (EWF) al komen te vervallen. Per 2010 geldt bovendien voor woningen met een WOZ boven de € 1.010.000 een extra EWF bijtelling van 0,8%. Deze laatste factor wordt in 7 jaar tijd verhoogd naar 2,35% (in 2016);
- De verjaringstermijn voor de eigenwoningsreserve is per 1 januari 2010 gesteld op 3 jaar (was 5 jaar). Hierdoor is de bijleenregeling minder vaak van toepassing;
- De goedkoperwonenregeling als uitzondering op de bijleenregeling, geldt bij verhuizen naar een goedkoper huis. Als hoofdregel geldt dat voor het nieuwe huis geen renteaftrek mogelijk is tot het bedrag van de overwaarde die is behaald bij de verkoop van het oude huis. Maar vanaf 2010 moet ook degene die goedkoper gaat wonen de volledige overwaarde meenemen in de nieuwe eigen woningschuld;
- Vanaf 2010 geldt ook voor doorstromers, net als voor starters op de woningmarkt, dat zij de rente mogen aftrekken over de lening die is aangegaan om bepaalde kosten te betalen die samenhangen met de hypotheek, zoals afsluitprovisie, notariskosten en taxatiekosten.
Aanpassing in de sociale zekerheid: AOW en oudedagsvoorzieningen
- Op 2 december 2009 is het wetsvoorstel ‘verhoging AOW‘ bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel voorziet in een verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd naar 67 jaar. Voor mensen die zijn geboren vóór 1955 verandert niets, zij kunnen op 65-jarige leeftijd met de AOW. Mensen geboren in of na 1955, maar vóór 1960, kunnen op 66 jaar met de AOW en mensen geboren in of na 1960 kunnen op 67 jaar met de AOW;
- In hetzelfde wetsvoorstel worden ook wijzigingen voorgesteld in de tweede en derde pijler. Zo wordt de pensioenrichtleeftijd gesteld op 67 jaar en de maximale opbouw per jaar voor het OP wordt verlaagd naar 1,9% (eindloon) en 2,15% (middelloon). Aan de hand van een cijfermatig voorbeeld toont Kapé Breukelaar duidelijk aan wat de gevolgen zijn van deze ‘knip’, namelijk meer betalen voor hetzelfde pensioen;
- De afschaffing van de terugwentelingsmogelijkheid in de lijfrenteaftrek wordt afgeschaft per 2011 en niet per 2010, zoals in de fiscale update vermeld werd. Dit houdt in dat lijfrentepremies betaald voor 1 april 2011 nog in mindering kunnen worden gebracht over het fiscale jaar 2010. Met ingang van het fiscale jaar 2011 geldt geen terugwentelingsmogelijkheid meer. De lijfrentepremies die in 2011 in mindering worden gebracht op het belastbaar inkomen moeten dan ook in 2011 gestort worden. Dit geldt voor lijfrentes onder de jaarruimte en de reserveringsruimte. Voor stakingslijfrentes blijven de bestaande terugwentelingsmogelijkheden bestaan;
- In 2010 wordt een nieuwe bankspaarvariant geïntroduceerd: het bancaire loonstamrecht. Een bancair loonstamrecht heeft een specifiek voordeel boven een verzekerd loonstamrecht: de begunstiging wordt niet beperkt. Bij stamrechtbanksparen kan het recht op uitkeringen overgaan op de wettige erfgenamen.
Schenk- en erfbelasting
- De vernieuwde Successiewet (SW) is per 1 januari 2010 van kracht. Hiermee zijn ook de begrippen ‘successierecht’ en ‘schenkingsrecht’ verdwenen en vervangen door ‘erfbelasting’ en ‘schenkbelasting’;
- In het kort: de vrijstellingen zijn verhoogd, er zijn minder tariefschijven en de tarieven zijn verlaagd. Bovendien zijn de zgn. drempelvrijstellingen verdwenen en kennen we alleen nog voetvrijstellingen;
- Daarnaast worden de bedrijfsoverdrachten zowel bij leven als bij overlijden goedkoper;
- Vanaf 1 januari 2010 is de definitie van “partner” aangescherpt. Echtgenoten en geregistreerde partners worden zonder meer als partner aangemerkt, maar ongehuwd samenwonenden dienen aan een aantal voorwaarden te voldoen om als partner te worden aangemerkt;
- Voor de hoge vrijstelling van erfbelasting bij korter dan vijf jaar ongehuwd samenwonen, geldt dat de wederzijdse zorgplicht moet worden vastgelegd in een notarieel samenlevingscontract. Hiervoor geldt een gedetailleerde overgangsregeling;
- Voor de hoge vrijstelling van erfbelasting bij vijf jaar of langer ongehuwd samenwonen, geldt een gemeenschappelijke huishouding op hetzelfde adres (GBA);
De minimum samenwoonperiode is:
- Voor de schenkbelasting: twee jaar;
- Voor de erfbelasting: zes maanden.
- (Groot)ouders en (klein)kinderen die samenwonen, kunnen niet als partners kwalificeren, tenzij in het kader van mantelzorg.
Ten slotte
In de vragenronde aan het einde van deze bijeenkomst werd uit het publiek een casus ingebracht inzake de erfbelasting in combinatie met de zgn. partnerverklaring (betalingsopdracht). De afdeling Legal & Compliance van D&O zal deze casus op korte termijn uitwerken.
Tekst gemaakt naar inzicht van 29 januari 2010.